Erratum PDF Afdrukken E-mailadres

Ten tijde van het schrijven van de derde druk van ons informatieboekje „De aangeboren klompvoet“ dat in 2004 is verschenen, werd de behandelmethode volgens Ponseti in Nederland nog maar door enkele pioniers uitgevoerd. Inmiddels is het aantal behandelaars volgens deze methode meer verbreid. Het informatieboekje heeft een sterke nadruk op de destijds meest gebruikte methode, de behandeling volgens Turco.

Het belangrijkste verschil tussen de beide methoden is dat de behandeling volgens Ponseti in duidelijk minder gevallen zal leiden tot operatief ingrijpen. De keerzijde is wel dat de methode tot op de letter moet worden gevolgd voor het gewenste resultaat. Het is helaas gebleken, dat er orthopeden in Nederland werkzaam zijn die beweren volgens de Ponseti-methode te behandelen maar er een eigen variatie op nahouden of hier weinig ervaring mee hebben. Een actueel overzicht van de kinderorthopeden waarvan ons bekend is dat die ervaren zijn en geheel volgens deze methode werken kunt u daarom vinden op onze website www.klompvoet.nl.

De methode van Ponseti in het kort:
In een serie van vijf tot zes maal wekelijks gipsen, zo spoedig mogelijk na de geboorte, wordt de voet door de kinderorthopeed samen met een gipsverbandmeester gecorrigeerd. Dit gebeurt door de voet in zorgvuldige stapjes in de juiste stand te zetten en het wekelijks behaalde resultaat te fixeren met gips. Vervolgens wordt na het vijfde of zesde gips in de meeste gevallen de achillespees doorgesneden om de voet die dan nog spits staat, recht te zetten. Dit gebeurt vaak poliklinisch onder lokale verdoving. Na deze achillespeesklieving wordt een laatste keer gips aangebracht wat drie weken blijft zitten. De achillespees groeit binnen deze drie weken weer aan op de juiste lengte en met volledige dikte en sterkte. Wanneer het gips verwijderd wordt, is het eindresultaat al bereikt: een normaal functionerende voet. Omdat echter tot ongeveer het vijfde jaar een zeer grote kans is dat de voet terugvalt, zal een brace moeten worden gedragen. Een brace bestaat uit twee schoentjes die met een balkje zijn verbonden. Bij deze brace wordt de klompvoet in een stand van 70 graden naar buiten en 10 graden omhoog gezet. Deze overcorrectie is nodig omdat de voet langzaam iets terug zal draaien na het stoppen van de braceperiode waardoor de voet uiteindelijk precies goed staat. Bij een enkelzijdige klompvoet wordt de gezonde voet 30 tot 40 graden naar buiten gezet. De eerste paar maanden wordt de brace de hele dag door gedragen om vervolgens alleen bij de slaapjes gedragen te worden. De ouders hebben in deze fase het stokje van de arts overgenomen en zijn verantwoordelijk voor het goed en consequent dragen van de brace. Daarom is er tijdens de braceperiode regelmatig, maar met steeds grotere intervallen, controle door de arts. Deze controles gaan ook door na de braceperiode totdat het skelet volgroeid is.

Het bovenstaande overzicht beschrijft het typische geval. In sommige gevallen blijkt de voet helaas stugger of weerbarstiger. Hierdoor kan het nodig zijn dat er langer of later nogmaals gegipst wordt of toch een operatieve ingreep nodig is. De keuzes bij de behandeling zult u als ouder in overleg met de behandelende arts moeten maken. In geval van twijfel, raden wij u altijd aan om een second opinion bij een andere kinderorthopeed te vragen.

Global Help, een non-profit organisatie die medische boeken voor met name ontwikkelingslanden maakt, heeft een uitgebreide handleiding van de Ponseti-methode samengesteld. De vereniging heeft hiervan een vertaling gemaakt en Global Help ter beschikking gesteld zodat dit zeer informatieve werk ook in het Nederlands beschikbaar is.

De vereniging heeft ervoor gekozen geen standpunt in te nemen op de vraag welke methode beter is, maar will beide methoden objectief gedocumenteerd beschrijven. Binnen de kinderen in de vereniging en het bestuur zijn zowel kinderen die volgens de methode van Turco als kinderen die volgens de methode van Ponseti zijn behandeld. Een zeer klein aantal leden heeft hun kind volgens een andere methode laten behandelen. Er is een zeer beperkt aantal behandelaars in Nederland die niet volgens een van de beide meest gangbare methodes werkt. De meeste van deze andere methodes zijn in ons informatieboekje opgenomen in hoofdstuk 6.

Vereniging Oudergroep Klompvoetjes, oktober 2009