Dit kun je verwachten van de behandeling van klompvoetjes:
1) ​Het eerste jaar is intensief vanwege het gipsen, de tenotomie, het wennen aan de brace en de ziekenhuisbezoeken (Klompvoetcentrum).
2) Daarna volgt een periode van slapen met de brace en regelmatige controles in het ziekenhuis.
3) Vervolgens, gedurende de groei van je kind, jaarlijkse controle bij de kinderorthopeed.

RICHTLIJN

Kinderen die in Nederland met klompvoetjes worden geboren krijgen sinds maart 2014 allemaal dezelfde behandeling. Deze behandeling staat beschreven in de richtlijn ‘Behandeling van de idiopatische klompvoet’ en is gebaseerd op de Ponseti-methode. Deze methode is vernoemd naar dokter Ignacio Ponseti (geboren op Menorca) die de behandelmethode in Iowa (USA) heeft ontwikkeld. Hij heeft heel veel kinderen geholpen en veel kinderorthopeden en gipsverbandmeesters opgeleid en getraind.
De behandeling mag alleen worden uitgevoerd door een gespecialiseerd team dat werkzaam is in één van de 11 Klompvoetcentra in Nederland. Kinderorthopeden die niet bij één van deze centra werken mogen dus geen klompvoetjes behandelen. De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van Stichting klompvoet Nederland, in samenwerking met de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). Nederland is het eerste land ter wereld met een richtlijn voor de behandeling van klompvoetjes. Daar zijn we best trots op!

BEHANDELTEAM

Het behandelteam in een Klompvoetcentrum bestaat altijd uit:
– Twee kinderorthopeden: Eén van hen is de hoofdbehandelaar van je kind, hij/zij stelt de diagnose en is eindverantwoordelijk voor de juiste zorg en het naleven van de richtlijn.
– Gipsverbandmeester: Legt op basis van instructie en in aanwezigheid van de kinderorthopeed het gips aan bij je kind. Hij of zij Is verantwoordelijk voor het zorgvuldig aanmeten, tijdig bestellen, afstellen van de brace, het snel verhelpen van mogelijke problemen (waardoor bijv drukplekjes ontstaan) en ook voor duidelijke instructie aan de ouders over het gebruik van de brace.

​20-WEKEN ECHO EN BEVALLING

Tijdens de zwangerschap
Veel (aanstaande) ouders laten bij 20 weken zwangerschap een echo maken. Daarbij kan duidelijk worden dat een kindje één of twee klompvoetjes heeft. Meestal volgt een nieuwe echo, een medische echo. Als die echo bevestigt dat het kindje (een) klompvoet(jes) heeft, volgt een gesprek met de kinderorthopeed in het dichtstbijzijnde Klompvoetcentrum. De kinderorthopeed geeft de juiste informatie, beantwoordt vragen en is straks verantwoordelijk voor de goede behandeling van de klompvoetjes.
De bevalling
Als tijdens de zwangerschap alleen (de mogelijkheid van) een klompvoetje als afwijking is vastgesteld en er is geen medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen, dan kunnen (aanstaande) moeders zelf kiezen om thuis of in het ziekenhuis te bevallen.
Diagnose
Pas ná de geboorte, bij het eerste bezoek aan het Klompvoetcentrum, stelt de kinderorthopeed met het lichamelijk onderzoek de definitieve diagnose. Voor de diagnose is slechts zelden een röntgenfoto nodig. Heel soms blijkt pas na de geboorte dat een kindje (een) klompvoetje(s) heeft. Ook dan stelt de kinderorthopeed na een lichamelijk onderzoek de definitieve diagnose.
Classificatiesystemen
Bij de diagnose maakt de kinderorthopeed gebruik van twee zogenoemde ‘classificatiesystemen’, namelijk de Piraniscore en de Diméglioscore. Zo’n classificatie of score zegt iets over de ernst van de klompvoet. Die informatie heeft de arts nodig voor de behandeling; bijvoorbeeld om de vooruitgang te kunnen vastleggen en om informatie uit te kunnen wisselen met andere behandelaars. Ook kan de arts op basis van deze informatie jou als ouder een betere inschatting geven over het resultaat dat je van de behandeling mag verwachten.

KINDEREN 0-4 JAAR

De start van de behandeling
Om de behandeling van de klompvoet(jes) te starten nemen de ouders contact op met het dichtstbijzijnde Klompvoetcentrum. De kinderorthopeed start het liefst binnen 48 uur na de geboorte met de behandeling.
Is een eerste behandeling binnen 48 uur niet mogelijk, dan start de behandeling bij voorkeur binnen één week na de geboorte. Een latere start van de behandeling heeft niet de voorkeur, maar is wel mogelijk, zonder direct negatieve gevolgen voor het eindresultaat.
​De behandeling in vier stappen
De behandeling van een klompvoet verloopt volgens de Ponseti-methode. De Ponseti-behandeling bestaat uit vier stappen die nauwkeurig en zorgvuldig volgens een vast protocol moeten worden uitgevoerd. De kinderorthopeed blijft gedurende de hele behandeling verantwoordelijk.

1. CORRIGEREN VAN DE VOETSTAND MET GIPSVERBAND

De kinderorthopeed verandert de positie van de voet steeds een heel klein beetje. Als je kind twee klompvoetjes heeft, worden ze tegelijkertijd behandeld. Een gipsverband vanaf de teen tot aan de lies zorgt ervoor dat botten, spieren, pezen en banden zich naar de nieuwe positie vormen.
Het gipsverband is gemaakt van wit kalkgips, niet van kunststof.
Elke 4 tot 7 dagen krijgt je kindje in het ziekenhuis (Klompvoetcentrum) een nieuw gipsverband, waarbij het onderbeen en de voet steeds meer in de juiste positie komen. Meestal zijn 5 of 6 van deze opvolgende gipscorrecties voldoende soms zijn er meer nodig.

WEEK 1

Foto

Foto

WEEK 3

Foto

Foto

WEEK 2

Foto

Foto

1C: Week 2

WEEK 4

Foto

Foto

2. TENOTOMIE

Het laatste gipsverband blijft 3 weken om het been. Voordat dit verband is aangebracht, maakt de kinderorthopeed onder plaatselijke verdoving een sneetje in de achillespees (zie de foto’s). Dit wordt tenotomie genoemd. De achillespees is de pees aan de achterzijde van de hiel. Deze verbindt de kuitspieren met de hiel. De achillespees is bij de klompvoet te kort en niet voldoende rekbaar. Hierdoor houdt de pees de gewenste verandering tegen. Als de arts de achillespees doorsnijdt, krijgt de voet de ruimte om in de juiste stand van minimaal 90 graden te groeien. De achillespees herstelt zich volledig in de weken dat het been is gegipst en voegt zich naar de nieuwe situatie. Het hielbeen krijgt dan in de loop van de tijd de gelegenheid volledig in te dalen. Achter op de hiel van je kindje blijft een klein streepje (ter grootte van een nietje) als litteken zichtbaar. Bij sommige Klompvoetcentra mogen de ouders bij deze ingreep blijven en bij andere Klompvoetcentra werkt de kinderorthopeed liever zonder aanwezigheid van ouders.

Foto

2A. Hier ziet u dat de voet niet verder met de tenen omhoog kan. Dat komt doordat de achillespees te kort is. De achillespees verbindt de kuitspieren met de hiel.

Foto

2B. Onder plaatselijke verdoving snijdt de kinderorthopeed met een klein sneetje de achillespees door. De voet krijgt zo meer ruimte om te bewegen. Zie foto 2C.

Foto

2C. Hier zie je het verschil met foto 2A: de voet kan verder omhoog buigen. Nu worden voet en been voor de laatste keer ingegipst.

Foto

2D. De achillespees herstelt helemaal en op de juiste lengte. Dit is het gewenste resultaat, 3 weken na de verlenging van de achillespees: een voet die in alle richtingen soepel beweegt.

3. VOET-ABDUCTIE BRACE

Na dit laatste gipsverband krijgt je kindje een voet-abductie brace die de voeten in de juiste positie houdt (zie de foto). Beide voeten zitten met schoentjes vast op een metalen strip. Dit is ook het geval als je kind maar één klompvoet heeft.
De voetjes worden ongeveer op schouderbreedte geplaatst en de voetjes worden naar buiten gedraaid (70 graden abductie). Als er sprake is van één klompvoetje, dan wordt de ‘normale’ voet een klein beetje naar buiten gedraaid (40 graden abductie). Verder staat de brace standaard ook afgesteld in 15 graden dorsaalflexie (tenen iets naar boven gericht). Of de brace juist is afgesteld kunnen ouders zelf controleren, het aantal graden is op de brace af te lezen.
De eerste 3 maanden draagt je kind deze brace dag en nacht. Daarna alleen nog tijdens het slapen ‘s nachts en overdag (ongeveer 14 uur per etmaal). Deze brace wordt gedragen tot de vierde verjaardag. Doordat je kind groeit, zal het geregeld nieuwe brace-schoentjes krijgen; deze bestelt het ziekenhuis speciaal voor jouw kind.

Foto

Dit is een voet-abductie brace. Deze brace houdt de benen en voeten van het kind in de juiste positie. Ook als slechts 1 voet een klompvoet is, wordt de brace voor beide benen en voeten gemaakt.

4. NACONTROLES

Na de vierde verjaardag van je zoon of dochter is de behandeling klaar. De kinderorthopeed maakt afspraken met je voor de nacontroles. Deze controles vinden jaarlijks plaats in het Klompvoetcentrum, tot je kind is uitgegroeid; meestal is dat bij een leeftijd van 17 of 18 jaar. Wanneer je vragen hebt of merkt dat de situatie bij je kind verandert, is de behandelende kinderorthopeed je aanspreekpunt.

NB1. Er is zelden noodzaak voor een operatie, ook niet bij een wat lastigere klompvoet (deze heeft een hoge classificatie/score). Bij een dergelijke ernstige klompvoet moeten ouders er rekening mee houden dat de behandeling wellicht langer duurt. Er is ook een grotere kans op (gedeeltelijke) terugval. Het is heel belangrijk dat je kind tot het vierde jaar trouw de voet-abductie brace blijft gebruiken.NB2. De behandeling heeft bij een normaal beloop niet of nauwelijks nadelige invloed op de lichamelijke ontwikkeling van je kind. Hij of zij leert bewegen, lopen en spelen als ieder ander kind. Daarom maakt fysiotherapie geen deel uit van de standaardbehandeling.

SAMENWERKEN AAN EEN SUCCESVOLLE BEHANDELING

De veranderingen in de stand van de voet en het onderbeen hebben tijd nodig. De botten, spieren, pezen en gewrichtsbanden moeten zich steeds aan de nieuwe positie aanpassen. Eerst zorgt het gipsverband daarvoor, later de brace. Ouders en verzorgers hebben een belangrijke taak door gedurende het hele proces de brace consequent te blijven gebruiken; de eerste 3 maanden dag en nacht, daarna alleen ’s nachts (14 uur per nacht). Hierbij is het belangrijk dat de brace nauwkeurig wordt aan gedaan bij je kind. Ook is het erg belangrijk dat de brace en de schoentjes precies passen. Dus als je merkt dat de brace niet goed is afgesteld (of als je hierna twijfelt), of als je kind rode plekken of blaartjes op de huid krijgt, als de schoentjes knellen of juist te ruim zitten of als je iets anders opvalt: neem dan altijd contact op met de kinderorthopeed van jullie Klompvoetcentrum!

Een aantal praktische zaken:

  • Het beentje wordt ingegipst met een gebogen knie. Luiers verschonen blijft gewoon mogelijk.
  • Net aangebracht gips is nat. Het droogt onder andere door de lichaamswarmte van uw kind. Daardoor kan je kind het een beetje koud krijgen.
  • Het gips mag niet nat worden, want dan wordt het zacht. Daarom kun je de eerste weken je kindje niet thuis in bad doen. Op de gipswisseldagen kun je je kindje in het Klompvoetcentrum badderen. Het behandelteam zorgt dat er een kinderbadje beschikbaar is.
  • Na het gipsen kun je je kindje rustig voeden. Het behandelteam zorgt dat hier een geschikte gelegenheid voor is.
  • Door het gipsverband zijn eventueel wat grotere sokjes nodig om de voetjes warm te houden.
  • Soepele broekjes in een grotere maat maken het aankleden makkelijker.
  • Door het gipsverband is je kindje wat zwaarder. Let op je rug bij het verzorgen en optillen van je kindje en pas zonodig de hoogte van de commode aan.
  • Een kindje met de beentjes in het gips (en met een brace) past meestal gewoon in een draagzak, kinderwagen en in een autostoeltje.

​VERZEKERING

De kosten voor klompvoetzorg worden vergoed vanuit de basisverzekering. Als er gestart moet worden met kinderfysiotherapie of er zijn orthopedische schoenen nodig, informeer dan altijd bij je eigen zorgverzekeraar of deze kosten (gedeeltelijk) worden vergoed.
Sommige zorgverzekeraars vergoeden ook het lidmaatschap van een patiëntenverniging (zoals de SKN) of komen tegemoet in de reiskosten.
Een overzicht van zorgverzekeraars en of zij in 2019 het lidmaatschap van een patiëntenvereniging vergoeden, vind je hier.
Menu